Artsen | Behandeling | CumarinesAntistollingsmiddelenIn Nederland worden als orale antistollingsmiddelen acenocoumarol en fenprocoumon (marcoumar®) gebruikt. AcenocoumarolAcenocoumarol heeft een halfwaardetijd van 11 uur. FenprocoumonFenprocoumon heeft een veel langere halfwaardetijd van 140 uur. Dit houdt in dat fenprocoumon na 6 dagen nog ongeveer voor de helft aanwezig is, en dat na 12 dagen er nog steeds een kwart van het medicijn aanwezig is. Er moet dus heel anders met deze medicijnen worden omgegaan. Doseren met fenprocoumon betekent denken op lange termijn. Werking cumarinesCumarines beïnvloeden de vorming van vier stollingsfactoren (Factor II, VII, IX en X) door een deel van het vitamine K metabolisme te blokkeren. Vitamine K is noodzakelijk om deze stollingsfactoren te carboxyleren zodat ze actief worden en efficiënt in de stollingscascade kunnen participeren. Wanneer cumarines worden ingenomen, kan de lever nog steeds vitamine K gebruiken en verwerken maar is er veel meer vitamine K nodig om dezelfde hoeveelheid stollingsfactoren aan te maken dan voordien. Het lichaam verkeert dus in een toestand van chronisch vitamine K tekort. Deze medicijnen hebben echter geen invloed op de stollingsfactoren die nog in het bloed aanwezig zijn. Ze verminderen de productie van de vernoemde stollingsfactoren maar de stolling (en dus de INR) zal pas reageren naarmate de nog aanwezige stollingsfactoren beginnen af te nemen. Met name stollingsfactor II heeft een lange halfwaardetijd van 72uur. Dit betekent dat een behandeling met cumarines slechts na enkele dagen goed begint te werken. Interacties van cumarinederivaten met andere geneesmiddelenKijk voor interacties van cumarinederivaten met andere geneesmiddelen de website van het Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAP): www.winap.nl. Er is ook een lijst te vinden op de website van de Federatie Nederlandse Trombosediensten in samenwerkingsverband met het WINAP en en de Stichting Health Base (SHB). Kijk op www.fnt.nl, Ingang voor artsen, apothekers en specialisten en klik door naar Interacties. Factoren van invloed op de instelling van cumarinederivatenIndien de intensiteit van de instelling van cumarinederivaten tijdens de behandeling verandert of instabiel is, moet men denken aan veranderde omstandigheden bij de patiënt. Het komt regelmatig voor dat na ontslag uit het ziekenhuis een dosisaanpassing van de cumarinederivaten noodzakelijk is, met name wanneer de mobiliteit toeneemt. Het effect van voedingsgewoonten op de stabiliteit van de instelling van cumarinederivaten is onduidelijk. Beïnvloeding van het niveau van de instelling Het niveau van de instelling kan beïnvloed worden door:
De laatste vier punten zijn gebaseerd op de ervaring van trombosediensten. De INR kan lager worden door:
Wanneer een patiënt vergeten is de tabletten in te nemen, moet de dosis de volgende dag niet zonder meer worden verhoogd, maar is het aan te bevelen de patiënt contact te laten opnemen met de trombosedienst. Wanneer een patiënt niet meer weet of de voorgeschreven dosering van de tabletten is ingenomen moet hem/haar ontraden worden deze dosering alsnog te nemen. De INR kan hoger worden door:
Copyright © 2011 INR Trombosedienst | Disclaimer | Sitemap |




