Artsen | Behandeling | Risicofactoren
Risicofactoren voor het ontstaan van een bloeding
De antistollingsbehandeling met cumarinederivaten
verhoogt de kans op het ontstaan van een bloeding. Er zijn
omstandigheden, aandoeningen en laesies die op zichzelf al de kans
op een bloeding verhogen. Zij kunnen daarom een relatieve
contra-indicatie vormen voor antistollingsbehandeling. In deze
gevallen zal het voordeel dat men verwacht van het voortzetten
van de antistollingsbehandeling opnieuw afgewogen moeten worden
tegen het verhoogde risico op een bloeding. Als de behandeling
voortgezet wordt, verdient intensieve controle en/of een aangepaste
antistollingsintensiteit aanbeveling.
Deze factoren zijn:
- (diabetische) retinopathie met name met neovascularisatie
- leverinsufficiëntie en leverstuwing door hartfalen
- nierinsufficiëntie
- onvoldoende gereguleerde hypertensie
- recente (bloedende) laesies in de tractus digestivus
- het gebruik van NSAID's < intracraniale >
- verhoogde bloedingsneiging (b.v. trombocytopenie of trombocytopathie)
- zwangerschap
- hoge leeftijd: met het toenemen van de leeftijd neemt
het risico op het optreden van een ernstige bloeding toe
- ongevallen: tijdens de antistollingsbehandeling is
bijzondere aandacht en voorzichtigheid geboden bij ongevallen
en bij sommige takken van sport. Een schedeltrauma kan een
intracraniale bloeding veroorzaken. De patiënt moet nauwlettend
worden geobserveerd, de INR moet worden gecontroleerd. Een
intracraniale bloeding bij een patiënt die cumarinederivaten
gebruikt, moet behandeld worden als een ernstige bloeding:
zie het kopje Advies Bloedingen bij bloedingen.
Copyright © 2011 INR Trombosedienst | Disclaimer | Sitemap |