Patiënten | Bloedstolling

Print Pagina

Stolling

De stolling is een belangrijk verdedigingsmechanisme van het lichaam om bloedverlies te voorkomen of te beperken. De stolling is dan ook een heel krachtig mechanisme.

Het is belangrijk dat dit mechanisme onder controle wordt gehouden: het mag alleen werken waar en wanneer dat noodzakelijk is. We willen niet dat bijvoorbeeld de hals dichtstolt als er een kleine verwonding aan de grote teen is. Ook willen we bijvoorbeeld dat bij een kleine verwonding aan de grote teen de stolling beperkt is tot de onmiddellijke omgeving van de verwonding en niet dat de hele voet dichtstolt.

Al deze voorwaarden maken dat het stollingssyteem redelijk ingewikkeld is. Voor een goede stolling zijn bloedplaatjes (thrombocyten) en stollingseiwitten (stollingsfactoren) nodig. De bloedplaatjes worden door het beenmerg gemaakt.

De stollingsfactoren worden door de lever gemaakt en circuleren in het bloed. Ze circuleren normaal in een inactieve vorm zodat alles wel aanwezig is om te kunnen stollen maar zonder dat dit ook daadwerkelijk gebeurt.

Niet geactiveerde thrombocyten

Geactiveerde thrombocyten

Bij een beschadiging van een bloedvat komen er stoffen vrij (o.a. weefselfactor) die de bloedplaatjes activeren. De bloedplaatjes klonteren samen en vormen een bloedplaatjesprop. Ook worden een voor een de verschillende stollingfactoren geactiveerd en op hun beurt activeren zij weer andere factoren.

Rode bloedcellen gevangen
in een fibrinenetwerk

Zo verloopt er een hele cascade waarbij de ene na de andere stollingsfactor wordt geactiveerd tot uiteindelijk de omzetting van fibrinogeen in fibrine plaats vindt. Dit is het eindproduct van de stollingscascade. Op de bloedplaatjesprop wordt zo het fibrinenetwerk gelegd zodat het stolsel tot enkele weken aanwezig kan blijven.

De stollingsfactoren worden met Romeinse cijfers aangeduid (Factor I, II, V, X, ....). Omdat het stollingsmechanisme als een cascade (waterval) opgebouwd is, zijn ze dus allemaal nodig. Als er een stollingsfactor ergens in de cascade ontbreekt, werkt het hele systeem slecht.

Regelmechanismen

Als de bloedstolling bij een verwonding in gang wordt gezet, dan moet er ook voor worden gezorgd dat hij ook weer op tijd stopt. Anders kan een stolsel te groot worden en kan een bloedvat worden afgesloten, terwijl dat niet de bedoeling is. Dit noemen we trombose.

Om dit te voorkomen beschikt het lichaam over een aantal regelmechanismen. Deze zorgen er dus voor dat de bloedstolling op tijd wordt afgeremd. Ook hierbij speelt een aantal eiwitten een rol, die ook weer in de lever gemaakt worden en in het bloed circuleren. Er kan ook iets mis zijn met deze regelmechanismen, doordat een of meerdere van deze eiwitten te weinig wordt gemaakt. Een verhoogde tromboseneiging (trombofilie) is dan het gevolg.

Er zijn twee grote remmingssystemen voor de stolling: Antitrombine-III en het Proteine C & S systeem. Een tekort aan Antitrombine III, Proteine C of Proteine S geeft een verhoogde tromboseneiging.

Vitamine K afhankelijke stollingsfactoren en Cumarines

Een aantal van de stollingsfactoren kunnen alleen maar goed in de lever aangemaakt worden als er voldoende vitamine K aanwezig is. Zij worden de vitamine K afhankelijke factoren genoemd. Dit zijn de factoren II, VII, IX en X.

Het zijn juist deze factoren waarvan de productie is verminderd als patiŽnten cumarines (marcoumar/fenprocoumon, acenocoumarol en warfarine) innemen. De lever heeft in normale omstandigheden slechts kleine hoeveelheden vitamine K nodig omdat er een recyclesysteem bestaat voor de vitamine K. Iedere molecuul vitamine K kan verschillende malen gebruikt worden om stollingsfactoren mee te maken.

De cumarines blokkeren dat recyclesysteem zodat iedere molecuul vitamine K maar eenmaal gebruikt kan worden. De lever heeft zo een veel hogere behoefte aan vitamine K om in de productie van de vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren te voorzien.

Normaal krijgt iedereen voldoende vitamine K binnen met de voeding. Het zit voornamelijk in de groene groenten en koolsoorten. Nederlanders krijgen veel vitamine K met de voeding binnen, anders dan bijvoorbeeld in het Verre Oosten waar de voeding veel minder vitamine K bevat.

Copyright © 2013 INR Trombosedienst | Disclaimer | Sitemap