• 1. Ik ben mijn antistolingstabletten gisterenavond vergeten

    • U merkt dit voor 12:00 uur:

    Neem de tabletten van gisteravond nu in en neem vanavond om 18:00 uur de helft van het aantal tabletten in dat op uw doseerbrief vermeld staat voor vandaag. Rond af naar beneden: bij acenocoumarol op hele tabletten; bij fenprocoumon/marcoumar op halve tabletten.

    • U merkt dit na 12:00 uur:

    Neem vanavond anderhalf keer het aantal tabletten dat op uw doseerbrief vermeld staat voor vandaag. Rond af naar beneden: bij acenocoumarol op hele tabletten; bij fenprocoumon/marcoumar op halve tabletten.

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op om de gewijzigde inname van deze tabletten door te geven en voor advies.

  • 2. Ik weet niet zeker of ik mijn antistollingstabletten heb ingenomen.

    Bij twijfel: neem deze tabletten niet alsnog in. Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op om dit door te geven en voor advies.

  • 3. Ik heb een verkeerde hoeveelheid antistollingstabletten ingenomen.

    • De hoeveelheid is minder dan op de doseerbrief stond:

    Neem alsnog het ontbrekende aantal tabletten in.

    • De hoeveelheid is meer dan op de doseerbrief stond:

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op om de gewijzigde inname door te geven of bel in het weekend naar de dienstdoende medewerker voor advies.

  • 4. Ik heb geen nieuwe doseerbrief ontvangen.

    • Als er geen bijzonderheden* zijn:

    Volg de dosering op uw oude doseerbrief tot aan de eerstvolgende postbezorging. Als u de doseerbrief dan nog steeds niet ontvangen heeft, neem dan op de eerstvolgende werkdag contact met ons op om een duplicaat doseerbrief aan te vragen.
    Als er geen dosering op uw oude doseerbrief meer staat: zie vraag 6.

    • Als er wel bijzonderheden* zijn:

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op of bel in het weekend naar de dienstdoende medewerker.

    * Bijzonderheden zijn bijvoorbeeld: ziekenhuis opname of ontslag, een ingreep of onderzoek, bijkomend ziek zijn (koorts, benauwdheid, braken, diarree) of nieuwe medicatie.

  • 5. Ik ben mijn doseerbrief kwijt.

    Neem de eerstvolgende werkdag contact met ons op om een duplicaat doseerbrief aan te vragen.

    Voor de dosering van vandaag:

    • Als u uw doseerschema (ongeveer) weet:

    Neem in wat u denkt te moeten innemen en geef aan ons door hoeveel tabletten u heeft ingenomen als u uw duplicaat doseerbrief aanvraagt.

    • Als u uw doseerschema niet meer weet:
    • U hebt nog een oudere doseerbrief:

    Neem het gemiddelde van het aantal tabletten (van alle dagen) zoals vermeld op deze doseerbrief. Rond af naar beneden: bij acenocoumarol op hele tabletten; bij fenprocoumon/marcoumar op halve tabletten. Geef aan ons door hoeveel tabletten u heeft ingenomen als u de duplicaat doseerbrief aanvraagt.

    • U hebt geen oude doseerbrief:

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op of bel in het weekend naar de dienstdoende medewerker voor advies.

  • 6. Er staat geen dosering voor vandaag meer op mijn huidige doseerbrief.

    • Ik heb mij vandaag laten prikken: zie vraag 11.
    • Ik heb mij niet laten prikken op de bedoelde hercontrole datum (ben dat vergeten): zie vraag 5 voor de dosering van vandaag.
      Laat u zo spoedig mogelijk prikken zodat u een nieuwe doseerbrief toegestuurd kunt krijgen.
  • 7. Ik ben in het weekend met ontslag uit het ziekenhuis gekomen.

    Het ziekenhuis zal u weer aanmelden bij ons en geeft u een doseeradvies mee tot aan de eerstvolgende controle bij de INR Trombosedienst. Wanneer dat onverhoopt niet zo is, neemt u dan contact op met het ziekenhuis en vraag daar een doseeradvies voor de ontbrekende dagen.

  • 8. Ik meet zelf mijn INR en heb een te hoge/lage INR gemeten.

    • Ik meet en doseer zelf:

    U weet wat de richtlijnen voor de doseringsaanpassingen zijn. Deze zijn terug te lezen in de "Infogids Zelfdoseren" via onze website. Via het webportaal wordt de eerstvolgende werkdag uw doseervoorstel beoordeeld door een van onze artsen.

    • Ik meet zelf, maar doseer niet zelf:

    U moet zich realiseren dat u in het weekend geen INR via het webportaal kunt doorgeven. Wij gaan ervan uit dat u daarom op werkdagen uw INR meet. Als er aanleiding is om toch in het weekend een INR te meten vanwege klachten of ziek zijn: zie vraag 23 voor het vervolg.

  • 9. Ik krijg een foutmelding/errormelding op mijn CoaguChek.

    Voor errormeldingen: zie de handleiding van de CoaguChek. Deze zijn terug te lezen in de "handleiding CoaguChek". via onze website.

    NB: Alleen tijdens werkdagen behandelen wij technische problemen met of vragen over de CoaguChek.

  • 10. Ik kan in het webportaal mijn doseergegevens niet meer opzoeken.

    • Als u wel kunt inloggen, maar uw doseergegevens niet meer kunt vinden, kijk dan in handleiding. Onderaan op de homepage van het webportaal wordt hiernaar verwezen.
    • Als u niet kunt inloggen: alleen tijdens werkdagen behandelen wij technische problemen met het webportaal.

    Voor uw dosering van die dag (zie ook vraag 5):

    • Als u uw schema (ongeveer) weet:

    Neem in wat u denkt in te moeten nemen. Geef, zodra u weer kan inloggen, via het webportaal door hoeveel tabletten u heeft ingenomen of geef dit de eerstvolgende werkdag telefonisch door aan onze medewerker.

    • Als u uw schema niet meer weet:

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op of bel naar de dienstdoende medewerker voor advies.

  • 11. Ik ben vandaag op controle geweest en zou gebeld worden over de dosering.

    • Alleen wanneer er geen dosering voor vandaag bekend is of als de dosering voor die dag moet worden bijgesteld, wordt u gebeld over de dosering. In alle andere gevallen gaan wij ervan uit dat u vandaag nog de oude doseerbrief volgt. De volgende dag ontvangt u de nieuwe doseerbrief en moet u de doseringen van deze nieuwe doseerbrief volgen.
    • Wanneer onze bloedafname medewerker ziet dat u voor vandaag geen dosering meer op de kaart heeft staan, kan het zijn dat er onder voorbehoud een dosering met u afgesproken wordt. Dan bellen wij u alleen als deze dosering toch niet blijkt te passen bij uw INR waarde van die dag.
    • Als u geen dosering voor vandaag heeft doorgekregen, belt u dan met onze dienstdoende medewerker voor advies.
  • 12. Ik heb vragen over mijn doseeradvies/doseerbrief.

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op. U kunt tijdens het telefonisch spreekuur aan onze arts toelichting/uitleg bij uw doseerbrief vragen.

  • 13. Ik heb bericht van het ziekenhuis over opname, ingreep of behandeling.

    Neem de eerstvolgende werkdag contact met ons op om dit te melden.

    Geef de volgende informatie aan onze medewerker door:

    • Naam van het ziekenhuis waar u wordt opgenomen.
    • De afdeling in het ziekenhuis waar u wordt opgenomen.
    • De reden van de opname. 

    Meld bij een (spoed) ziekenhuisopname altijd zowel aan de verpleging als aan de arts daar dat u onder controle bent bij de INR Trombosedienst en neem uw laatste doseerbrief mee naar het ziekenhuis.

    Meld u tijdelijk af bij ons of laat iemand dat voor u doen. Zo kunnen we voorkomen dat onze medewerker voor niets aan uw deur staat.

  • 14. Ik moet een ingreep/behandeling (bij huisarts, bij tandarts of in het ziekenhuis) ondergaan. Moet de dosering worden aangepast?

    • Meld bijtijds aan degene die de ingreep/behandeling gaat doen, dat u door de INR Trombosedienst gecontroleerd wordt. Voor bepaalde ingrepen/behandelingen moeten uw antistollingstabletten tijdelijk onderbroken, verminderd of vervangen worden. Vaak geeft uw arts hierover advies. Zo niet: vraag er dan expliciet naar en vraag of de INR Trombosedienst ook schriftelijk geïnformeerd wordt. In het ene geval (als u een operatie moet ondergaan) kan het zijn dat de anesthesist u adviseert, in het andere geval krijgt u advies van de arts die de behandeling of het onderzoek gaat uitvoeren.
    • Als gezegd wordt dat uw trombosedienst uw dosering moet aanpassen dan is de volgende informatie voor ons van belang:
    • wat voor ingreep/behandeling?
    • welke INR-waarde is tijdens de ingreep gewenst?
    • wel of niet tijdelijk andere bloedverdunners (spuitjes) gebruiken?
    • schriftelijk advies van behandelaar aan de trombosedienst
    • Geef ook altijd zelf een ingreep aan ons door, inclusief de aan u doorgegeven instructies.
    • Wij vertalen dat in een voor u aangepast doseeradvies en u ontvangt (meestal) een nieuwe doseerbrief.

    Wanneer u hier nog vragen over heeft, neem dan op werkdagen contact met ons op. Als u in het weekend een nieuwe aangepaste doseerbrief ontvangt die niet duidelijk is, bel dan alleen in het weekend naar de dienstdoende medewerker als uw vraag niet kan wachten tot na het weekend.

  • 15. Ik heb andere medicijnen gekregen en kreeg de opdracht dit bij jullie te melden.

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op. Alleen medicatie die zeer sterke invloed op de bloedverdunners kan hebben, wordt volgens afspraak ook buiten kantoortijd telefonisch door de apotheek aan onze dienstdoende arts gemeld. Wij zullen zo nodig contact met u opnemen door u te bellen en/of door u de volgende werkdag een aangepaste doseerbrief te sturen.

  • 16. Hoe lang moet ik doorgaan met spuitjes?

    Met "spuitjes" worden in dit geval Fraxiparine, Fraxodi, Clexane, Innohep, Fragmin, Arixtra, Orgaran bedoeld. Deze werken ook bloedverdunnend.
    In principe geldt: zolang u niets hoort, moet u doorgaan met de spuitjes en zal uw bloed twee keer per week gecontroleerd worden door ons. Wij berichten u zodra de spuitjes gestopt kunnen worden.

    Bij twijfel of vragen hierover kunt u op werkdagen contact met ons opnemen.

  • 17. Ik heb ook andere bloedverdunners. Moet ik hiermee doorgaan?

    Andere bloedverdunners zijn bijvoorbeeld Ascal, Acetylsalicylzuur, Persantin, Clopidogrel etc. De arts die u deze bloedverdunners heeft voorgeschreven, heeft hier weloverwogen voor gekozen.

    • Voor sommige indicaties is het gebruik van één bloedverdunner voldoende en moeten andere bloedverdunners gestopt worden zodra uw INR waarde op niveau is. Dat wordt dan aan ons doorgegeven wanneer de arts u bij ons aanmeldt. Wij berichten u zodra er een andere bloedverdunner gestopt kan worden.
    • Voor bepaalde indicaties is het nodig om meerdere bloedverdunners naast elkaar te blijven gebruiken. Dan wordt er geen stopinstructie doorgegeven en blijft u dus deze medicatie gebruiken. Als u hier vragen over heeft, neemt u dan contact op met de arts die u deze bloedverdunners heeft voorgeschreven. Dat is vaak de cardioloog, internist, neuroloog of huisarts.
  • 18. Mijn antistollingstabletten/spuitjes zijn op.

    Bij uw huisarts (of de huisartsenpost) kunt u een herhaalrecept vragen.

  • 19. Ik heb een bloedneus die niet wil stoppen.

    Advies:

    • Snuit uw neus voorzichtig om eventuele stolsels uit te snuiten.
    • Druk de neus 10-15 minuten aaneengesloten stevig dicht - tegen het neustussenschot aan. Zorg ervoor dat u in schrijfhouding zit. Echt goed en aaneengesloten dichtdrukken is van belang.

    Meestal zal de bloeding hierna stoppen. Is dit niet het geval, druk uw neus dan nogmaals 10-15 minuten aaneengesloten dicht. Wanneer het daarna nog niet gestopt is, neem dan contact op met uw huisarts of de huisartsenpost. Indien gewenst kan de huisarts met een van onze artsen overleggen.

  • 20. Ik heb een bloeding (bijvoorbeeld bij braaksel, urine of ontlasting).

    Bij een acute bloeding, of bij een acuut verergerende bekende bloeding, belt u uw huisarts. Deze zal de acuut benodigde zorg kunnen bieden. Geef daarna pas de bloeding en de eventuele behandelingen of instructies van de huisarts aan ons door. Zo nodig ontvangt u advies van ons over wat u verder moet doen.

  • 21. Ik heb een nieuwe blauwe plek die groter is dan 10 cm (formaat van handpalm/bierviltje).

    Bel de eerstvolgende werkdag met ons: in overleg wordt de dosering van de antistolling voor die dag aangepast of zullen we uw bloed eerder (laten) controleren. Bij meerdere blauwe plekken die toenemen of klachten geven, belt u ook uw huisarts.

    Kleine blauwe plekken komen vaker voor bij het gebruik van bloedverdunners. Als u echter met grote regelmaat meerdere kleine blauwe plekken heeft, geef dit dan bij de eerstvolgende gelegenheid, bijvoorbeeld bij uw eerstvolgende hercontrole, aan ons door.

  • 22. Ik ben gevallen of heb mij verwond.

    Bij ernstige situaties en ZEKER bij een val op/tegen het hoofd belt u ALTIJD zo spoedig mogelijk de huisarts of de huisartsenpost. 

    Door het gebruik van bloedverdunners kunnen er eerder en grotere bloeduitstortingen optreden. Naast het zo nodig inroepen van de huisarts geldt bij alle verwondingen:

    • Grote verwondingen:

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op.

    • Kleine verwondingen:

    Bij kleine verwondingen volstaat het meestal om dit bij uw eerstvolgende hercontrole te melden.

  • 23. Ik heb koorts, voel me ziek, ben benauwd of heb last van braken en/of diarree.

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact op met ons of bel naar de dienstdoende medewerker voor advies. Afhankelijk van de ziekteverschijnselen neemt u ook contact op met uw huisarts.

  • 24. Ik kan niet naar de prikpost komen.

    Huisbezoek is alleen op medische indicatie. Als u ziek en tijdelijk niet mobiel bent, is uw hercontrole juist van belang. Geef dit op tijd aan ons door en vraag of we u (eenmalig) aan huis komen prikken.

  • 25. Ik moet mijn hercontroledatum verzetten omdat ik verhinderd ben.

    • U wordt thuis geprikt:

    Neem de eerstvolgende werkdag contact met ons op en geef door dat u de eerstvolgende controle verhinderd bent. In overleg met u en eventueel met onze arts wordt een andere hercontroledatum gepland. Zo nodig wordt een vervolgdosering afgesproken.

    • U komt naar een prikpost:

    U bent vrij om op een andere dag naar een prikpost te gaan, zolang u nog een dosering op uw doseerbrief heeft staan. Een overzicht van prikposten, de prikpostenlijst, heeft u ontvangen heeft bij uw intake bij ons. De meest recente versie van deze prikpostenlijst is ook te vinden op onze website - klik op kopje[patiënten] - onderdeel [prikposten].

  • 26. Ik ben mijn controle vergeten.

    Neem op de eerstvolgende werkdag contact met ons op voor advies. Zie ook vraag 6 en eventueel vraag 5 als u geen dosering meer heeft.

  • 27. Ik heb mijn vakantie doorgegeven en krijg toch een doseerbrief met een hercontroledatum die in mijn vakantie valt.

    Laten prikken tijdens vakantie heeft vaak praktische bezwaren, maar vakantie kan de antistolling ook ontregelen omdat u in andere omstandigheden verkeert. Afhankelijk van uw INR waarden en doseergegevens, de duur van uw afwezigheid en het land waar u naar toe gaat, zal onze arts overwegen of hercontrole tijdens vakantie wel of niet noodzakelijk is. Als u uw vakantie aan ons heeft doorgegeven, nemen wij dit altijd mee in onze overwegingen om uw volgende hercontroledatum te bepalen. Wij realiseren ons terdege dat prikken tijdens uw vakantie niet prettig is. Maar als het medisch gezien niet verantwoord is om uw volgende controle pas ná uw terugkeer te plannen, laten wij de medische reden voorgaan. U krijgt dan van ons een hercontroledatum tijdens uw vakantie.

  • 28. Ik ga (tijdelijk) verhuizen (bijvoorbeeld naar een verpleeghuis) en wil mijn nieuwe adres doorgeven.

    U kunt uw toekomstig adres met verhuisdatum op werkdagen aan ons doorgeven. Of tijdens uw eerstvolgende controle.

  • 29. Er verandert iets in mijn persoonsgegevens en dat wil ik doorgeven.

    Wijzigingen in bijvoorbeeld uw telefoonnummer of e-mailadres, maar ook verandering van huisarts, apotheek of zorgverzekering: u kunt uw nieuwe gegevens op werkdagen aan ons doorgeven. Of tijdens uw eerstvolgende controle. Geef ook de ingangsdatum van deze wijziging door.

  • 30. Ik ben er net achter gekomen dat ik zwanger ben.

    Neem uw antistollingstabletten niet meer in en bel z.s.m. uw huisarts!

    Ook als u er in het weekend achter komt dat u zwanger bent, belt u de huisarts. U gaat per de volgende dag over op andere bloedverdunners (meestal "spuitjes") omdat de antistollingstabletten schadelijk kunnen zijn in de eerste drie maanden van de zwangerschap. Neem daarnaast de eerstvolgende werkdag contact met ons op.

  • 31. Ik mag van mijn behandelend huisarts/specialist stoppen met de antistollingstabletten.

    Neem de eerstvolgende werkdag contact met ons op. Geef door van welke arts u mag stoppen met deze tabletten en waarom.

    Wij ontvangen graag een schriftelijke bevestiging van uw arts dat u mag stoppen.