Zwangerschap

Cumarinederivaten passeren de placenta. Er bestaat hierdoor een risico op teratogene effecten (met name in de eerste maanden van de zwangerschap) en op bloedingen bij de vrucht tijdens de partus. Om die reden zijn cumarinederivaten in de eerste zestien weken en in de laatste vier weken van de zwangerschap gecontraïndiceerd.

Als de cumarinederivaten voor een korte periode voorgeschreven worden, moet een zwangerschap in die periode worden ontraden.

Als er een kinderwens bestaat bij een langdurige indicatie voor cumarinederivaten en de patiënte gebruikt fenprocoumon, is het aan te raden over te gaan op acenocoumarol. Er moet naar worden gestreefd de zwangerschap zo vroeg mogelijk vast te stellen. In geval van zwangerschap worden de cumarinederivaten onmiddellijk gestaakt, er wordt vitamine K1 gegeven en er wordt gestart met ongefractioneerde heparine of laagmoleculair-gewicht-heparine (LMWH). Deze behandeling wordt, behalve bij een beperkt aantal indicaties, in principe gedurende de hele zwangerschap voortgezet.

Bij een beperkt aantal indicaties zal in het tweede trimester van de zwangerschap overgegaan worden op cumarinederivaten. Dit is met name het geval bij sommige corvitia en bij mechanische hartklepprotheses, omdat de effectiviteit en veiligheid van heparine en LMWH voor deze indicaties nog niet voldoende duidelijk is. Het beleid is dan als volgt:

  • In de eerste zestien weken zal ongefractioneerde heparine of LMWH gegeven worden in therapeutische dosering.
  • Van de 16e tot de 36e week wordt acenocoumarol voorgeschreven.
  • Vanaf de 36e week wordt weer heparine of LMWH toegediend.
  • Na de partus worden de cumarinederivaten hervat.

Het beleid wordt door de behandelende artsen vastgesteld, zo nodig in overleg met de arts van de trombosedienst. De trombosediensten controleren zwangere patiënten die cumarinederivaten gebruiken frequent en besteden extra zorg aan de begeleiding en voorlichting van deze patiënten.

Borstvoeding

Vanwege het lage vitamine K1 gehalte in moedermelk, wordt aan alle zuigelingen die borstvoeding krijgen, direct na de geboorte profylactisch 1 mg in één dosis toegediend en daarna een dosering van 150µg vitamine K1 per dag vanaf de achtste dag tot en met de derde maand. Deze hoeveelheid is eveneens voldoende voor zuigelingen die borstvoeding krijgen van een moeder die cumarinederivaten slikt.