Starten en staken van antistollingsbehandeling

De indicatie voor de antistollingsbehandeling met cumarinederivaten en het moment van staken van de behandeling worden vastgesteld door de behandelend arts, desgewenst in overleg met de arts van de trombosedienst.

Door op onderstaande link te klikken komt u meteen bij het daarbij behorende formulier.

Aanmeldformulier INR Trombosedienst

afmeldformulier van de INR Trombosedienst

Starten van antistollingsbehandeling bij nieuwe patiënten

Bij het starten van de antistollingsbehandeling wordt in de eerste dagen een zogenaamde oplaaddosis van de cumarinederivaten voorgeschreven volgens onderstaand schema.

 

 

Fenprocoumon

Acenocoumarol

 

1e dag

9 mgr (3 tabletten)

6 mgr (6 tabletten)

 

2e dag

6 mgr (2 tabletten)

4 mgr (4 tabletten)

 

3e dag

3 mgr (1 tablet)

2 mgr (2 tabletten)

Bij patiënten met een verhoogd risico op een bloeding of bij patiënten met een hoge leeftijd, is het raadzaam te beginnen met een lagere startdosering, volgens onderstaand schema.

 

 

Fenprocoumon

Acenocoumarol

 

1e dag

6 mgr (2 tabletten)

4 mgr (4 tabletten)

 

2e dag

6 mgr (2 tabletten)

4 mgr (4 tabletten)

 

3e dag

3 mgr (1 tablet)

2 mgr (2 tabletten)

Op geleide van de INR wordt de vervolgdosering vastgesteld.

Het verdient aanbeveling de INR, zeker in de eerste week, tenminste tweemaal te bepalen. Daarna kunnen de controle-intervallen geleidelijk aan worden verlengd, afhankelijk van de stabiliteit van de instelling. De gewenste intensiteit wordt in het algemeen na vijf tot tien dagen bereikt.

Indien het antitrombotisch effect direct bereikt moet worden, is starten met cumarinederivaten alléén onvoldoende. De behandeling zal in combinatie met heparine of laagmoleculair-gewicht-heparine (LMWH) moeten worden uitgevoerd. In de poliklinische situatie komt dit het meest frequent voor bij de behandeling van diep veneuze trombose.

Starten van de antistollingsbehandeling bij reeds bekende patiënten

Bij herstart van de orale antistolling, na onderbreking in verband met een ingreep, bij patiënten met een reeds bekende dosering, wordt een voor de patiënt specifiek aangepaste dosering afgegeven afgestemd op een reeds bekende onderhoudsdosering.

Staken van de antistollingsbehandeling

De gewenste behandelingsduur wordt door de aanvragend arts op het aanmeldingsformulier aangegeven. Is deze periode van te voren nog niet met zekerheid vast te stellen dan wordt na afloop van de aangegeven periode een stopverzoek gestuurd naar de aanvrager door de INR Trombosedienst met een verzoek om verdere instructies.

De antistollingsbehandeling met cumarinederivaten kan dan per direct gestaakt worden. Een zogenaamde uitsluipdosering is niet noodzakelijk.

Na het staken van acenocoumarol zal het stollingssysteem zich als regel na 48 uur normaliseren. Na het staken van fenprocoumon duurt dit langer vanwege de langere halfwaardetijd.

Soms is het noodzakelijk de antistollingsbehandeling eerder dan de afgesproken termijn te staken, bijvoorbeeld vanwege (risico op) bloedingscomplicaties. Als de antistollingsbehandeling wordt gestaakt, moet dit door de behandelend arts schriftelijk aan de trombosedienst worden gemeld, waarbij het belangrijk is dat wordt aangegeven of de reden van het staken van de antistollingsbehandeling een bloedingscomplicatie is.